Officiële energielabels in regio Venray, Boxmeer, Horst, Deurne en Overloon
HomeKennisbank › Warmtevisie regio
Verduurzamen · Regio

Van het gas af in onze regio: wat zeggen de gemeentelijke warmtevisies?

Gepubliceerd 17 juli 2026 · Bijgewerkt 17 juli 2026 · 9 min lezen · Vastgoedmeter

Venray, Horst aan de Maas, Deurne en Land van Cuijk hebben plannen opgesteld voor de overstap naar duurzame warmte. In grote delen van onze regio lijken individuele oplossingen, zoals een hybride of volledig elektrische warmtepomp, het meest kansrijk. In specifieke buurten en dorpen onderzoeken gemeenten daarnaast collectieve en klein-collectieve oplossingen. Eén conclusie komt overal terug: het verlagen van de warmtevraag is een belangrijke eerste stap.

Kort antwoord

Antwoord

In grote delen van onze regio ligt voor veel woningen een individuele oplossing het meest voor de hand, bijvoorbeeld een hybride of volledig elektrische warmtepomp. In compactere buurten of bij een geschikte lokale warmtebron onderzoeken gemeenten ook collectieve en klein-collectieve oplossingen. Een gemeentelijke warmtevisie legt een individuele woningeigenaar geen directe verplichting op. Wel is het verstandig om nu al de warmtevraag te verlagen, want dat loont altijd: een beter geïsoleerde woning is voordeliger, comfortabeler en klaar voor de toekomst.

Stand van zaken: dit artikel is bijgewerkt in juli 2026. De bestaande transitievisies dateren veelal uit 2021 of begin 2022. Gemeenten moeten uiterlijk op 31 december 2027 hun eerste formele warmteprogramma vaststellen. Dat programma kijkt minimaal tien jaar vooruit en wordt daarna ten minste iedere vijf jaar geactualiseerd. Prioriteiten, planningen en technische oplossingen kunnen daardoor nog veranderen. Controleer altijd de actuele informatie van uw eigen gemeente.

Wat is een warmtevisie precies?

De Transitievisie Warmte was het gemeentelijke beleidsdocument voor de eerste fase van de warmtetransitie. Deze wordt opgevolgd door het formele warmteprogramma: een verplicht programma onder de Omgevingswet waarin de gemeente vastlegt in welke volgorde wijken en dorpen van het aardgas af gaan, en welk alternatief daarvoor het meest kansrijk lijkt.

Beide documenten zijn beleidsplannen. Ze leggen niet rechtstreeks een verplichting op aan een individuele woningeigenaar. Pas na verdere uitwerking, participatie en een wijziging van het omgevingsplan kan een gemeente voor een gebied een alternatief voor aardgas en een toekomstige einddatum voor het gastransport vastleggen.

Nieuwe wetgeving: de Wgiw en de aanwijsbevoegdheid

Laatst gecontroleerd op: 17 juli 2026

De wettelijke basis hiervoor wordt gevormd door de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). De Tweede Kamer nam deze wet in april 2024 aan, de Eerste Kamer in december 2024. De wet is inmiddels gedeeltelijk in werking getreden, maar de onderdelen waarmee gemeenten de aanwijsbevoegdheid daadwerkelijk kunnen inzetten, waaronder het bijbehorende Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw), waren medio 2026 nog niet van kracht. De Wgiw geeft gemeenten straks een aanwijsbevoegdheid: de mogelijkheid om in het omgevingsplan een gebied aan te wijzen dat overstapt op duurzame warmte, waarna het gastransport in dat gebied op termijn stopt.

Daarbij gelden verschillende waarborgen. De gemeente moet onderbouwen dat het duurzame alternatief beschikbaar, haalbaar, uitvoerbaar en betaalbaar is. Bewoners moeten bij de plannen worden betrokken en tussen de wijziging van het omgevingsplan en het stoppen van het gastransport moet een redelijke overgangstermijn liggen. Acht jaar geldt daarbij als richttermijn, maar een gemeente kan gemotiveerd een kortere of langere termijn hanteren. Tegen een wijziging van het omgevingsplan staat bovendien rechtsbescherming open. Niemand hoeft daardoor van de ene op de andere dag de cv-ketel de deur uit te doen.

De vier gemeenten op een rij

Laatst gecontroleerd op: 17 juli 2026

Onder welke gemeente valt uw dorp? Venray en Horst aan de Maas liggen in Noord-Limburg, Deurne hoort bij de Brabantse Peel, en Boxmeer en Overloon vallen sinds 2022 onder de gemeente Land van Cuijk. Dit is de stand op basis van de nu beschikbare plannen.

Warmteplannen per gemeente in de regio
Gemeente Kernen (o.a.) Stand van zaken Route voor de meeste woningen
Venray Venray, Oostrum, Ysselsteyn, Merselo Transitievisie uit 2021, gevolgd door een uitvoeringsprogramma (vanaf 2022) gericht op isoleren, besparen en elektrisch verwarmen. Op vrijwillige basis. Nadruk op individuele warmtepompoplossingen; een gemeentebreed warmtenet is niet de hoofdroute.
Horst aan de Maas Horst, Sevenum, Grubbenvorst, Meterik, America Transitievisie uit 2021 met vier alternatieven: all-electric, hybride oplossingen, plaatselijke warmtenetten en duurzaam gas. Voor bijna alle woningen is all-electric (volledig elektrisch, zonder gasaansluiting) de langetermijnrichting. Tot 2030 nadruk op isoleren en aardgasvrij-ready worden; een hybride warmtepomp kan een tussenstap zijn.
Deurne Deurne, Vlierden, Liessel, Neerkant, Helenaveen Transitievisie uit 2021 met drie verkenningsgebieden in de kern Deurne. Onderzocht werden onder meer een warmtenet, groen gas en individuele of klein-collectieve oplossingen. Voor het grootste deel individuele oplossingen. In compactere delen van de kern Deurne kan een warmtenet kansrijk zijn; elders klein-collectieve oplossingen.
Land van Cuijk Boxmeer, Overloon, Beugen, Maashees, Vierlingsbeek, Escharen Warmtevisie vastgesteld. In Beugen, Maashees, Vierlingsbeek en Escharen onderzoekt de gemeente sinds 2024/2025 samen met inwoners welke oplossingen mogelijk zijn. De ervaringen dienen als basis voor andere kernen. Nog niet definitief per dorp vastgesteld. Zowel individuele als collectieve oplossingen worden onderzocht.

Stand juli 2026, op basis van de gemeentelijke warmte- en energiepagina's. Een gemeentelijke voorkeur betekent niet automatisch dat dezelfde oplossing geschikt is voor iedere woning: bouwjaar, woningtype, isolatieniveau, beschikbare ruimte, afgiftesysteem en lokale infrastructuur bepalen uiteindelijk wat technisch en financieel passend is.

Waarom grootschalige warmtenetten in veel dorpen minder kansrijk zijn

Een warmtenet is een buizenstelsel dat warmte vanuit een centrale bron naar veel woningen brengt. De haalbaarheid hangt van meer af dan woningdichtheid alleen: ook de afstand tot een geschikte warmtebron, het temperatuurniveau, de aanlegkosten, de deelname van bewoners en de aanwezige infrastructuur spelen mee. Onze regio bestaat grotendeels uit dorpen met veel vrijstaande en twee-onder-een-kap woningen en een uitgestrekt buitengebied. Daardoor is een grootschalig warmtenet op veel plaatsen minder voor de hand liggend.

Voor u betekent dat dat een grootschalig warmtenet in veel dorpen en in het buitengebied minder waarschijnlijk is. Voor veel woningen ligt een individuele oplossing het meest voor de hand, bijvoorbeeld een volledig elektrische warmtepomp. Een hybride warmtepomp (een warmtepomp die samenwerkt met de cv-ketel) kan in sommige woningen dienen als tussenstap. Die bespaart in de praktijk vaak rond de 60 procent aardgas, afhankelijk van de woning en de instellingen, maar is op zichzelf nog niet aardgasvrij. Zonnepanelen kunnen een deel van het extra elektriciteitsgebruik compenseren, maar zijn geen voorwaarde voor de installatie van een warmtepomp. In compactere buurten of bij een geschikte lokale warmtebron kan een collectieve of klein-collectieve oplossing nog steeds kansrijk zijn. Meer hierover in Van het aardgas af: warmtenet of warmtepomp?

Waarom u niet hoeft te wachten met verduurzamen

De les uit alle vier de warmtevisies is hetzelfde: het verlagen van de warmtevraag is meestal de logische eerste stap, en die stap heeft nooit spijt. Voor veel woningen begint dat bij isoleren, maar afhankelijk van de situatie kunnen ook kierdichting, betere ventilatie, verwarming op lagere temperatuur of het optimaliseren van de installatie tegelijk aan de orde zijn. Wachten tot uw wijk aan de beurt is, kost u ondertussen elk jaar geld en comfort.

Vier redenen om nu te beginnen:

  • Een lagere warmtevraag is no-regret. Wat het alternatief straks ook wordt, een beter geïsoleerde woning is altijd voordeliger en comfortabeler.
  • Natuurlijke momenten zijn het goedkoopst. Bij een verbouwing, groot onderhoud of vervanging van de cv-ketel kunt u maatregelen meenemen tegen veel lagere kosten.
  • Fossiele brandstoffen krijgen een extra CO2-prijs. Het Europese emissiehandelssysteem ETS2 start in 2028. Brandstofleveranciers moeten dan betalen voor de CO2-uitstoot van onder meer aardgas voor gebouwen. Die kosten kunnen deels doorwerken in de gasprijs voor huishoudens, waardoor een lager gasverbruik financieel belangrijker kan worden.
  • Er is subsidie. Landelijk via de ISDE, en per gemeente zijn er soms aanvullende regelingen. Zie Welke subsidie krijgt u voor verduurzaming per gemeente?

Let op: als particuliere woningeigenaar laat u de maatregel bij de ISDE doorgaans eerst uitvoeren of installeren. Daarna vraagt u de subsidie binnen 24 maanden aan. Controleer vóór de opdracht of het product, materiaal en uitvoerende bedrijf aan alle voorwaarden voldoen en of de juiste meldcode op de factuur komt. Sinds 2026 is er onder voorwaarden ook ISDE-subsidie voor een energiezuinige ventilatiemaatregel wanneer u die met isolatie combineert.

Let bij isoleren en kierdichten wel op de ventilatie. In een beter geïsoleerde en kierdichtere woning wordt een goed werkend ventilatiesysteem juist belangrijker voor gezonde lucht en het voorkomen van vocht en schimmel.

Isoleren loont trouwens niet alleen in de winter: in combinatie met goede buitenzonwering houdt het uw woning 's zomers ook koeler, wat de behoefte aan een airco kan wegnemen. Meer daarover in airco of eerst isoleren?

Wanneer is uw woning klaar voor aardgasvrij? De Standaard voor woningisolatie

Hoe weet u of uw woning voldoende is geïsoleerd om zonder spijt van het aardgas af te kunnen? Daarvoor heeft de rijksoverheid de Standaard voor woningisolatie ontwikkeld: een maximale netto warmtevraag (de warmte die een woning per jaar nodig heeft voor verwarming, uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlak). De hoogte van de Standaard verschilt per woning en hangt af van het bouwjaar en de compactheid van de woning. Voldoet een woning aan de Standaard, dan is deze in veel gevallen voldoende geïsoleerd voor een duurzame warmtevoorziening die warmte levert op ongeveer 50 graden. Mogelijk moeten de radiatoren, vloerverwarming of andere onderdelen van het afgiftesysteem nog worden aangepast. Een lagere aanvoertemperatuur zorgt er in het algemeen voor dat een warmtepomp efficiënter kan werken.

Handig om te weten: de netto warmtevraag en de Standaard van uw woning worden berekend volgens de NTA 8800 (de officiële bepalingsmethode voor de energieprestatie van gebouwen) en staan op elk energielabel dat sinds 2021 is afgegeven. U hoeft er dus niet naar te gissen.

Naast de Standaard voor de woning als geheel bestaan er officiële streefwaarden per bouwdeel. Die liggen relatief hoog: Rc 8,0 m²·K/W voor het dak, Rc 6,0 voor de gevel, Rc 3,5 voor de vloer en een U-waarde van 1,0 W/m²K voor ramen inclusief kozijnen, aangevuld met goede kierdichting en energiezuinige ventilatie. De Rc-waarde geeft de warmteweerstand van een constructie aan; hoe hoger, hoe beter geïsoleerd. Als u een bouwdeel op een natuurlijk moment volledig aanpakt, geven deze streefwaarden het toekomstbestendige niveau aan.

Het is niet nodig om ieder bouwdeel tot de officiële streefwaarde te verbeteren. Bouwdelen kunnen elkaar binnen de berekening van de Standaard compenseren. Bij de ontwikkeling van de Standaard is daarom ook een indicatief minimumpakket onderzocht dat in veel woningen samen tot het behalen van de Standaard leidt:

  • Dakisolatie: indicatief Rc 3,5 m²·K/W. Afhankelijk van het materiaal komt dit neer op ongeveer 8 tot 15 cm isolatie.
  • Vloerisolatie: indicatief Rc 3,5 m²·K/W, ongeveer 7 tot 14 cm isolatiemateriaal.
  • Gevel: indicatief Rc 1,7 m²·K/W. Dit kan bij sommige woningen bijvoorbeeld met een voldoende brede, volledig gevulde spouw worden bereikt.
  • Glas: HR++ of triple glas in de verwarmde verblijfsruimten.
Praktische check

De 50-gradentest: zet de aanvoertemperatuur van de cv-ketel gedurende een koude periode op 50 graden en controleer of alle ruimten comfortabel warm blijven. De test geeft inzicht in de warmteafgifte van het bestaande verwarmingssysteem, maar vervangt geen warmteverliesberekening of technische dimensionering van een warmtepomp.

Welke warmtepomp past bij uw woning?

Een volledig elektrische warmtepomp werkt het efficiëntst wanneer de warmtevraag voldoende laag is en het afgiftesysteem geschikt is voor verwarming op lage temperatuur. Een hybride warmtepomp kan ook in een matig geïsoleerde woning een passende tussenstap zijn. De juiste oplossing hangt daarom af van de isolatie, de ventilatie, de radiatoren of vloerverwarming en het benodigde verwarmingsvermogen. Wilt u weten welke isolatie het meeste oplevert, lees dan welke isolatie de meeste labelwinst geeft. Wilt u een concreet stappenplan, kijk dan bij van label E, F of G naar B.

Ook het elektriciteitsnet speelt een rol

Wanneer veel woningen elektrisch gaan verwarmen, kan plaatselijk verzwaring van het elektriciteitsnet nodig zijn. Gemeenten en netbeheerders moeten de gekozen warmteoplossingen daarom afstemmen op de beschikbare en toekomstige energie-infrastructuur. Dat is een van de redenen waarom de keuzes stap voor stap en per gebied worden gemaakt.

Het energielabel als startpunt voor verduurzaming

Bij een energielabelopname legt een gecertificeerd EP-adviseur de energetische kenmerken van de woning vast volgens de NTA 8800. Het label geeft inzicht in de huidige energieprestatie, toont de netto warmtevraag ten opzichte van de Standaard, en laat zien bij welke onderdelen nog verbetering mogelijk is. Daarmee is het een nuttig startpunt voor verduurzaming en een goede indicatie hoe ver uw woning al aardgasvrij-ready is.

Een energielabel is echter geen volledig maatwerkadvies of installatieberekening. Voor het kiezen en dimensioneren van een warmtepomp, het berekenen van investeringen en het samenstellen van een concreet maatregelenpakket kan aanvullend technisch of maatwerkadvies nodig zijn, waarbij ook naar het werkelijke energiegebruik en de kosteneffectiviteit wordt gekeken.

Veelgestelde vragen

Komt er een warmtenet in mijn dorp?

In veel dorpen en in het buitengebied is een grootschalig warmtenet minder waarschijnlijk, omdat de woningen daarvoor te ver uit elkaar staan. Voor die woningen ligt een individuele oplossing, zoals een warmtepomp, het meest voor de hand. In compactere buurten of bij een geschikte lokale warmtebron onderzoeken gemeenten wel of een collectieve of klein-collectieve oplossing kansrijk is. Beugen, Maashees, Vierlingsbeek en Escharen in Land van Cuijk zijn daar voorbeelden van.

Moet ik nu al van het gas af?

Nee. Een warmtevisie of warmteprogramma geeft richting, maar legt een individuele woningeigenaar geen directe verplichting op. Pas na verdere uitwerking, participatie en een wijziging van het omgevingsplan kan een gemeente voor een gebied een alternatief en een einddatum voor aardgas vastleggen. Wel is het verstandig om nu al de warmtevraag te verlagen, want dat loont altijd.

Kan de gemeente mij straks verplichten om van het aardgas af te gaan?

Op termijn kan dat, via de aanwijsbevoegdheid uit de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw). De gemeente kan dan in het omgevingsplan een gebied aanwijzen dat overstapt op duurzame warmte. Daarbij gelden waarborgen: het alternatief moet haalbaar en betaalbaar zijn, bewoners moeten worden betrokken en er geldt een redelijke overgangstermijn, met acht jaar als richttermijn. De onderdelen van de wet die dit mogelijk maken waren medio 2026 nog niet van kracht.

Wat betekent aardgasvrij-ready?

Dat een woning voldoende is voorbereid op een toekomstige aardgasvrije warmtevoorziening. Daarbij gaat het niet alleen om isolatie en kierdichting, maar ook om goede ventilatie en een verwarmingssysteem dat voldoende warmte kan afgeven bij een lagere aanvoertemperatuur. Welke aanvullende aanpassingen nodig zijn, verschilt per woning. Een energielabelopname maakt inzichtelijk hoe ver een woning daarin is.

Wat is de Standaard voor woningisolatie?

De Standaard is een door de rijksoverheid vastgestelde maximale netto warmtevraag in kWh per m² per jaar. Voldoet een woning aan de Standaard, dan is deze in veel gevallen voldoende geïsoleerd voor aardgasvrije verwarming, bijvoorbeeld met een warmtepomp. De waarde verschilt per woning en staat op elk energielabel dat sinds 2021 is afgegeven.

Hoe weet ik welke verduurzamingsstap voor mijn woning het slimst is?

Door te beginnen bij de feiten over de eigen woning. Een energielabelopname legt vast wat er wel en niet geïsoleerd is en hoe er wordt verwarmd. Dat is een goed startpunt. Voor het kiezen en dimensioneren van bijvoorbeeld een warmtepomp kan aanvullend maatwerkadvies nodig zijn, waarbij ook naar het werkelijke energiegebruik en de kosten wordt gekeken.

Officiële bronnen en peildatum

Dit artikel is gebaseerd op officiële gemeentelijke en landelijke informatie over de warmtetransitie, de Wgiw en de Standaard voor woningisolatie in het werkgebied van Vastgoedmeter.

Laatst gecontroleerd: 17 juli 2026. Wetgeving, planningen en gemeentelijke keuzes kunnen wijzigen. De officiële gemeentelijke en landelijke bronnen zijn altijd leidend.

Energielabel aanvragen

Weten waar uw woning staat op weg naar aardgasvrij?

Met een energielabelopname krijgt u inzicht in de vastgestelde isolatie van uw woning, hoe de berekende warmtevraag zich verhoudt tot de Standaard en bij welke onderdelen nog verbetering mogelijk is. Vastgoedmeter neemt uw woning op volgens de actuele NTA 8800-bepalingsmethode in Venray, Boxmeer, Horst, Deurne, Overloon en omgeving.

Vastgoedmeter werkt regionaal in Venray, Boxmeer, Horst, Deurne en Overloon.

Geschreven door: Tom van Rheden, vakbekwaam EP-W/B-adviseur Woningbouw bij Vastgoedmeter Venray. Laatst gecontroleerd en bijgewerkt: 17 juli 2026. Wetgeving, planningen en gemeentelijke keuzes kunnen wijzigen; de officiële gemeentelijke en landelijke bronnen zijn altijd leidend.

← Terug naar de kennisbank